Posterwoorden 7

Posterwoorden 7

posterwoord 7 overvloed
Bij welk Posterwoord van deze week past het plaatje?
Antwoord: onderaan deze pagina.

1. omstreeks = ongeveer op dat moment, op die plek
P       Er is ingebroken omstreeks drie uur ’s nachts. We weten niet precies hoe laat het gebeurd is.
E       Omstreeks twee uur vanmiddag is er een bom ontploft in dat flatgebouw.

2. toepassen = gebruiken
P  
     Je moet die regel niet alleen uit je hoofd leren. Je moet hem ook toepassen, dus gebruiken om die som op te lossen.
E       Je weet toch hoe je kleuren moet mengen? Pas dat dan ook toe als je oranje nodig hebt.

3. schaars = als er weinig van iets is
P
      In de oorlog was koffie schaars. Er was bijna niets te krijgen .
E       Als producten schaars zijn, dan gaat de prijs van die producten vaak omhoog.

4. het conflict = de ruzie, het verschil van mening
P
      De twee ministers hebben een ernstig conflict. Ze zijn het helemaal niet eens over de aanleg van een nieuwe snelweg.
E       Door een conflict met de spelers, moest de trainer weg bij die voetbalclub.

5. de overvloed = meer dan nodig is
P       Er is een overvloed aan eten. Neem zoveel als je wilt.
E       Kies maar uit; we hebben hier een overvloed aan truien.

6. blootstaan aan = niet beschermd zijn tegen
P
      Je mag niet te veel blootstaan aan radio-actieve straling. Het kan gevaarlijk zijn als die straling in je lichaam komt.
E       In de vorige eeuw stonden de mensen bloot aan andere gevaren dan nu. Welke denk je?

7. n.a.v. = als gevolg van (naar aanleiding van)  
P       N.a.v. de inbraak, is er nu een alarminstallatie op school.
E       N.a.v. uw brief van 5 juni, schrijf ik u deze brief.

8. de reactie = iets wat je terugzegt of terugdoet
P
      De directeur gaf een reactie op de plannen van de leerlingen. Volgens hem waren het goede plannen.
E       Ik heb die brief al een maand geleden geschreven, maar er is nog steeds geen reactie.

9. opheffen = ergens een eind aan maken
P  
     De burgemeester wilde de straf van de voetbalsupporters opheffen. Hij vond dat ze genoeg gestraft waren.
E       Die school wordt misschien opgeheven, omdat er te weinig leerlingen op zitten.

10. het motief = de reden (waarom je iets doet)
P
      De buurt waar wij wonen bevalt ons prima. We hebben geen enkel motief om te verhuizen.
E       Mijn belangrijkste motief om die opleiding te doen, is dat ik er later een leuke baan mee kan krijgen.

Antwoord: de overvloed.

Meest recente berichten

  1. Infotheek Headlines – Oktober 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Oktober 2016
  2. Infotheek Headlines – September 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – September 2016
  3. Infotheek Headlines – Juli 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juli 2016
  4. Infotheek Headlines – Juni 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juni 2016
  5. Infotheek Headlines – Mei 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Mei 2016
  6. Infotheek Headlines – April 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – April 2016
  7. Infotheek Headlines Maart 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Maart 2016
  8. Infotheek Headlines Februari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Februari 2016
  9. Infotheek Headlines Januari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Januari 2016