Posterwoorden 7

Posterwoorden 7

  1. de anatomie = de bouw van het lichaam
    P       Verpleegkundigen krijgen in hun opleiding het vak anatomie.
    E       Door het bestuderen van een skelet leer je over de anatomie van mens of dier.
  1. gigantisch = heel groot, heel veel
    P       Voor het bungyjumpen in Nederland heb je een gigantische hijskraan nodig.
    E       Bij het station wordt een gigantisch gebouw neergezet.
  1. inheems = behorend bij een land
    P       Optochten met papieren draken horen in China tot de inheemse gebruiken.
    E       De Kerstman is afkomstig uit Amerika en is in Nederland niet inheems.
  1. het laboratorium = de ruimte waar onder andere onderzoek wordt gedaan
    P       In het laboratorium kijken artsen of je bloed wel in orde is.
    E       Je moet in een laboratorium heel precies kunnen omgaan met buisjes en vloeistoffen.
  1. de prognose = wat men denkt dat zal gebeuren
    P       Volgens een prognose heeft Nederland 18,1 miljoen inwoners in 2060.
    E       Wetenschappers spreken de prognose uit, dat het klimaat op aarde warmer wordt.
  1. ergens een staaltje = een voorbeeld van iets geven van laten zien
    P      
    Tijdens de demonstratiepartij lieten de tafeltennissers een staaltje van hun kunnen zien.
    E       De acrobaten lieten een mooi staaltje zien van hun lenigheid en lef tijdens hun circus-optreden.
  1. stemgerechtigd = als je mag stemmen
    P       Vanaf je achttiende jaar ben je stemgerechtigd en ma je stemmen als er verkiezingen zijn.
    E       Een eeuw geleden waren alleen nog maar de rijke mannen van Nederland stemgerechtigd.
  1. stollen = van vloeibare in vaste vorm veranderen
    P       Ilona had een klein wondje op haar knie, maar gelukkig stolde het bloed snel.
    E       Het vet dat van de kaars droop, stolde op tafel.
  1. verraderlijk = iets dat gevaarlijk is terwijl je het niet verwacht
    P       Vanwege de plotseling opgekomen ijzel is de situatie op de weg verraderlijks.
    E       Dat is erg verraderlijk, het lijkt sterker dan het is.
  1. zorgvuldig = precies en netjes
    P       Laurens is erg zorgvuldig: zijn brieven zier er altijd zo netjes uit.
    E       Wil jij het vlees zorgvuldig inpakken en in de koelkast leggen?