Posterwoorden 29

Posterwoorden 29

  1. zgn. zogenaamd = dat die naam heeft
    P       Op zo’n diepe wond moet je een zgn. zwaluwstaartje plakken: een pleister in de vorm van een zwaluwstaartje.
    E       Dat boek is een zgn. science-fictionboek. Het speelt zich af in de toekomst.
  1. ontstaan = beginnen
    P       Doordat iemand een brandende sigaret had weggegooid, ontstond er een enorme bosbrand.
    E       Toen de ene leerling de walk-man van de andere had afgepakt, ontstond er een ruzie.
  1. dikwijls = vaak
    P       In dat buurthuis is dikwijls wat te doen. Bijna elke vrijdag kun je er sporten of dansen.
    E       Jij komt zo dikwijls te laat dat je nu de hele week om half acht op school moet zijn.
  1. hevig = heel erg
    P       De storm was zo hevig dat de daken van de huizen waaiden.
    E       De gewonde fietser bloedde zo hevig dat hij een bloedtransfusie moest krijgen.
  1. vormen = zijn samen, maken
    P       De klassenvertegenwoordigers vormen de leerlingenraad. Alle klassenvertegenwoordigers zitten daar dus samen in.
    E       Die drie leerlingen vormen samen de schoolband. Ze hebben de band met z’n drieën opgericht en treden vaak samen op.
  1. individueel = in je eentje, alleen
    P       Deze opdracht moet je individueel doen; je mag niet samenwerken met iemand anders.
    E       Tennis is geen teamsport, maar een sport die je individueel doet.
  1. herhaaldelijk = telkens weer, een aantal keren
    P       Nadat de leraar het meisje herhaaldelijk had gewaarschuwd, kreeg ze straf.
    E       De krant is deze week herhaaldelijk te laat gekomen. Daarom heeft meneer de Bruin een klacht ingediend.
  1. belemmeren = tegenhouden, hinderen
    P       Je moet elkaar in de gang niet belemmeren. Iedereen moet op tijd in het lokaal zijn.
    E       De lerares belemmerde het spieken bij de leerlingen door ze uit elkaar te halen.
  1. afbeelden = op een plaatje zien
    P       Op die foto staat een adder afgebeeld. Dat is een van de giftige slangen in Nederland.
    E       Kijk goed naar wat er op het plaatje bij de tekst staat afgebeeld. Daarin staat vaak belangrijke informatie over de tekst.
  1. de bijdrage = wat je ergens voor doet of geeft
    P       Door je glas in de glasbak te doen lever je een bijdrage aan een beter milieu.
    E       Wat is jouw bijdrage geweest aan het werkstuk? Ik heb de eerste twee hoofdstukken geschreven.

Meest recente berichten

  1. Infotheek Headlines – Oktober 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Oktober 2016
  2. Infotheek Headlines – September 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – September 2016
  3. Infotheek Headlines – Juli 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juli 2016
  4. Infotheek Headlines – Juni 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juni 2016
  5. Infotheek Headlines – Mei 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Mei 2016
  6. Infotheek Headlines – April 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – April 2016
  7. Infotheek Headlines Maart 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Maart 2016
  8. Infotheek Headlines Februari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Februari 2016
  9. Infotheek Headlines Januari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Januari 2016