Posterwoorden 27

Posterwoorden 27

  1. de aftakking = de afsplitsing van een weg, rivier of leiding
    P       In Afrika maakt men aftakkingen van rivieren om water naar de akkers te brengen.
    E       Op die plek is de aftakking van de elektriciteitsdraden naar de woonkamer.
  1. de bloei = de toestand waarin iemand of iets op zijn best is
    P       Als je jong bent, ben je in de bloei van je leven.
    E       De zeventiende eeuw was een tijd van bloei van de Nederlandse kunst.
  1. collectief = als een geheel
    P       De leerlingen besloten collectief om voor de zieke leraar een bos bloemen te kopen.
    E       Het buurthuis heeft een collectieve verzekering afgesloten voor alle vrijwilligers die er werken.
  1. de explosie (fig.) = plotselinge uitbarsting van iets
    P       Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een bevolkingsexplosie.
    E       Aan de grens was onverwacht een explosie van geweld ontstaan.
  1. inspireren = op een idee brengen, aansporen
    P       Heel veel muzikanten laten zich inspireren door muziek uit verre landen.
    E       Het Aziatische landschap inspireerde de kunstenaar tot het maken van prachtige schilderijen.
  1. kolossaal = zeer groot, enorm
    P       De piramides in Egypte waren kolossale gebouwen.
    E       De ruimte in de nieuwe parkeergarage is werkelijk kolossaal!
  1. opwekken = laten ontstaan
    P       In elektriciteitscentrales wordt energie opgewekt uit aardgas.
    E       Het nieuwe parkeerverbod wekte de woede op van alle bewoners van het plein.
  1. het traject = de weg
    P       Langs het hele traject van de marathon stonden verzorgers klaar om de lopers te drinken te geven.
    E       Op het traject Amsterdam – Schiphol was een seinstoring, waardoor treinen vertraging hadden.
  1. de variant = de vorm die een beetje van de bekende vorm afwijkt
    P       Eerst had je maar één soort chips. Nu heb je allerlei varianten, zoals die met paprika.
    E       ‘Geld maakt wel gelukkig’ is een variant van de uitdrukking: ‘Geld maakt niet gelukkig’.
  1. de vesting = een beschermde plaats, vroeger door muren en omwalling
    P       De ridders bestormden de vesting.
    E       Tijdens het bezoek van de president leek de stad wel op een vesting; veel straten waren afgesloten.