Posterwoorden 26

Posterwoorden 26

  1. beoefenen = je bezighouden met een wetenschap of sport
    P       De cricketsport wordt in Engeland en India veel meer beoefend dan hier.
    E       Het beoefenen van het dartspel is onlangs zeer populair geworden.
  1. bestand zijn tegen = ergens tegen kunnen
    P       Wol is niet bestand tegen wassen op hoge temperaturen.
    E       Fatima wilde afvallen, maar ze was niet bestand tegen de verleiding van chocolade.
  1. iets compenseren = iets weer goed maken, iets in evenwicht brengen
    P       Rachida compenseerde haar onvoldoende voor het proefwerk met een hoog cijfer voor haar spreekbeurt.
    E       Op hete dagen moet je extra drinken om je vochtverlies te compenseren.
  1. het contract = afspraken op papier, bijv. over werk of verhuur of verkoop van spullen
    P       De voetballer had een contract afgesloten met zijn voetbalclub.
    E       De regels over de huur van het huis waren vastgelegd in een contract.
  1. op peil houden = zorgen dat iets op hetzelfde niveau blijft
    P       Een topsporter moet om te kunnen presteren zijn conditie op peil houden.
    E       Een wetenschapper moet veel lezen om zijn vakkennis op peil te houden.
  1. de sector = een gedeelte van de samenleving
    P       In de gezondheidssector zijn meer banen te vinden dan in de sector kunst.
    E       Vroeger was in Nederland de agrarische sector heel belangrijk. Maar we zijn al lang geen landbouwland meer.
  1. uitscheiden = afscheiden, naar buiten komen van een stof
    P       Als je flink zweet, scheidt je lichaam vocht uit.
    E       Fabrieken moeten dure installaties bouwen om te zorgen dat ze alleen ongevaarlijke gassen uitscheiden.
  1. vereeuwigen = afbeelding van jezelf of iemand (laten) maken
    P       Vroeger lieten rijke mensen zich het liefst vereeuwigen door een beroemde schilder.
    E       Veel mensen laten de dag van hun huwelijk vereeuwigen door een fotograaf.
  1. de voorbode = de zaak of gebeurtenis die iets aankondigt
    P       Die donkere wolken zijn een voorbode van slecht weer.
    E       De sneeuwklokjes zijn de eerste bloemen van het jaar. Het zijn voorboden van de lente.
  1. de weerstand = het vermogen of de kracht om tegenstand te kunnen bieden
    P       Als je gezond eet, krijg je voldoende weerstand tegen ziektes.
    E       Er was veel weerstand tegen het idee om de oude school te slopen.