Posterwoorden 18

Posterwoorden 18

  1. het bevel voeren = de leiding hebben, het voor het zeggen hebben
    P       De generaal voerde het bevel over het leger.
    E       In dat oorlogsgebied zijn militairen uit veel landen. Het bevel wordt gevoerd door de Verenigde Naties.
  1. het front = het gebied waar twee vijandige legers tegenover elkaar staan
    P       Het is vandaag rustig aan het front, terwijl er gisteren nog flink gevochten is.
    E       De televisie zond beelden uit van de gevechten aan het front.
  1. heldhaftig = dapper
    P       Ik vind iemand heldhaftig als ij in het water springt om een kind te redden.
    E       Mensen die in de oorlog heldhaftig zijn geweest krijgen soms een lintje.
  1. investeren = ergens tijd of geld aan besteden
    P       Het gemeentebestuur investeert veel in het opknappen van de oude stadswijken.
    E       Op onze school is geïnvesteerd in nieuwe computers.
  1. mechaniseren = het werk van mensen of dieren vervangen door machines
    P       Als een bedrijf mechaniseert is er veel minder te doen voor de mensen die alleen met hun handen willen werken.
    E       Het boerenbedrijf is steeds meer gemechaniseerd en nu doen tractoren het werk van trekpaarden.
  1. nabootsen = nadoen
    P       Mijn vriend heeft een computerspelletje waarin het straaljagervliegen wordt nagebootst.
    E       Een klasgenoot kan heel goed de stem van onze mentor nabootsen.
  1. nakomen = doen wat je beloofd hebt
    P       Ruben, je bent je belofte om nooit meer te laat te zijn niet nagekomen.
    E       Mijn vader is zijn belofte om vandaag te stofzuigen niet nagekomen.
  1. de tucht = het heel streng handhaven van de regels
    P       In het leger moet je precies doen wat er gezegd wordt, daar heerst strenge tucht.
    E       Je kan klagen over een arts die fouten maakt bij het medisch tuchtcollege.
  1. het verlof = de toestemming (om vrij te nemen)
    P       Heb jij al verlof gevraagd om naar de bruiloft van je broer te gaan?
    E       Een paar weken voor de geboorte houdt de aanstaande moeder op met werken. Dan begint haar zwangerschapsverlof.
  1. de weergave = iets dat weergegeven wordt d.m.v. geluid of tekst
    P       Ik vond de weergave van het concert op de tv erg slecht; je zag maar een paar nummers.
    E       Heleen heeft me verteld over jullie ruzie, maar jouw weergave daarvan is heel anders.