Posterwoorden 17

Posterwoorden 17

  1. bekeren = tot een ander geloof of andere overtuiging (laten) overgaan
    P       Na de ontdekking van Amerika wilden de Spanjaarden de indianen tot het katholicisme bekeren.
    E       Ik dacht dat jij er een hekel aan had om in een net pak te lopen? Ben je bekeerd?
  1. het gewest = het gebied
    P       De voetbalwedstrijd op ons veld gaat door, maar in de andere gewesten zijn de velden afgekeurd.
    E       Het programma met nieuws uit verschillende streken van Nederland heet Van gewest tot gewest.
  1. gezien = als je rekening houdt met, gelet op
    P       Gezien de slechte weersverwachting neem ik een paraplu mee.
    E       Ik wil heel snel kaartjes van het concert kopen gezien de vele fans van de popgroep.
  1. gezind zijn = voelen voor iets of iemand
    P       Sommige volken in Afrika zijn elkaar vijandig gezind en voeren steeds weer oorlog.
    E       De leraar is mij goed gezind, daarom kan ik wel een geintje bij hem uithalen.
  1. de heerschappij = de macht, het regeren
    P       De heerschappij over China werd vroeger gevoerd door keizers.
    E       In de zestiende eeuw probeerden veel landen de heerschappij over Zuid-Amerika te krijgen.
  1. de heilige = de eretitel van de katholieke kerk voor een zeer godsdienstig persoon
    P       In de kerststal vind je beelden van de heiligen Maria en Jozef.
    E       St. Nicolaas is een heilige die vroeger vereerd werd door zeelieden, en nu door kleine kinderen.
  1. de hervorming = de verandering om iets te verbeteren
    P       De Mavo en het Lbo zijn samengevoegd; na die hervorming heet deze school Vmbo.
    E       Er zijn politieke partijen die veel willen veranderen in ons land. Ze stellen op veel gebieden hervormingen voor.
  1. ontkomen aan = ontsnappen aan
    P       Met hulp van de politie wist de popzanger te ontkomen aan de achtervolging door een paar fans.
    E       De directeur geloofde het smoesje van Marieke. Zo ontkwam ze aan haar straf voor te laat komen.
  1. de stand = de rang of de plaats in de maatschappij
    P       Vroeger was tennis een dure sport, alleen voor mensen uit de hogere standen.
    E       Circus is aantrekkelijk voor mensen van alle rangen en standen.
  1. uitputten = opmaken
    P       Het aardgas in onze bodem kan opraken; als we niet zuinig zijn is onze voorraad binnenkort uitgeput.
    E       Als je steeds opnieuw gaat kletsen, put je het geduld van je leraar wel uit.