Posterwoorden 1

Posterwoorden 1

1. zelfstandig = alleen, zonder hulp
P       Als je je altijd laat helpen, leer je nooit om zelfstandig je band te plakken.
E       Mijn broertje is erg zelfstandig. Hij is vijf jaar, maar maakt zelf zijn ontbijt klaar.

2. alternatief = andere, anders dan de gewone
P       Met gewone medicijnen komt Bert niet van die hooikoorts af. Daarom probeert hij nu alternatieve geneesmiddelen.
E       De weg naar Zandvoort is afgesloten. Weet jij een alternatieve route daarheen?

3. absoluut = helemaal, totaal
P       Jij gaat dan wel naar de bioscoop, maar ik ben het er absoluut niet mee eens dat je in die kou weggaat.
E       We moeten absoluut wat aan deze troep doen, want we kunnen hier zo niet meer lopen.

4. vanwege = om die reden
P       Vanwege een doktersbezoek is Farid wat later op school.
E       De straat is vandaag afgesloten vanwege de rommelmarkt.

5. meespelen = belangrijk zijn bij iets
P
      Er zijn veel zaken belangrijk bij het kopen van kleren: de kleur, het model en de prijs, het speelt allemaal mee.
E       Bij het kiezen van een datum voor het schoolfeest speelt ook mee of er op die datum voldoende leraren zijn.

6. de eigenschap = iets wat duidelijk bij iets of iemand hoort
P  
     Ik vind het een slechte eigenschap dat hij veel rookt, maar een goede eigenschap van hem is dat hij eerlijk is.
E       Een eigenschap van katoen is dat het goed lucht doorlaat.

7. het symbool = het teken
P       Het hart is het symbool voor de liefde.
E       In etiketten in je kleding staat vaak met symbolen hoe je die kleren moet wassen.

8. overige = andere, verdere
P
      Alle leerlingen die hun werk afhebben mogen naar huis. De overige leerlingen moeten hun werk na schooltijd afmaken.
E       Deze accu is te gebruiken in personenauto’s en kleine vrachtwagens. In de overige auto’s is een sterkere accu nodig.

9. baseren op = uitgaan van
P  
     De politie denkt dat de brand in het huis is aangestoken. Zij baseert dit idee op verhalen van getuigen die er iemand met benzine hebben gezien.
E       Je moet je mening niet baseren op een rodel. Je moet weten wat er echt gebeurd is.

10. a.s. (aanstaande) = komende, eerstvolgende
P  
     A.s. maandag is er een groot feest op school.
E       Ik nodig jullie uit om a.s. vrijdag op de prijsuitreiking te komen.

Meest recente berichten

  1. Infotheek Headlines – Oktober 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Oktober 2016
  2. Infotheek Headlines – September 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – September 2016
  3. Infotheek Headlines – Juli 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juli 2016
  4. Infotheek Headlines – Juni 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juni 2016
  5. Infotheek Headlines – Mei 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Mei 2016
  6. Infotheek Headlines – April 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – April 2016
  7. Infotheek Headlines Maart 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Maart 2016
  8. Infotheek Headlines Februari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Februari 2016
  9. Infotheek Headlines Januari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Januari 2016