Posterwoorden 1

Posterwoorden 1

  1. de consument = iemand die iets koopt of gebruikt
    P       De grootste consumenten van chips zijn jonge kinderen.
    E       In tv-programma’s krijgen consumenten voorlichting over de kwaliteit van         artikelen.
  2.  de grondstof = het materiaal waarvan je nieuwe dingen kunt maken
    P       Aardolie is de grondstof voor benzine.
    E       In deze koekjesfabriek zijn meel en suiker de meest gebruikte grondstoffen.
  3. inzetten = in actie laten komen
    P       De agenten vonden de schuilplaats van de inbreker door een speurhond in te   zetten.
    E       Bij de rellen van de voetbalsupporters werd de M.E. ingezet.
  1. de media = alle middelen om informatie door te geven
    P       In alle media besteedt men aandacht aan het huwelijk van de prins, zo zendt de tv de trouwplechtigheid uit.
    E       Dit bericht stond alleen maar in de krant, andere media besteedden er geen aandacht aan.

5. mobiel = verplaatsbaar
          P       Met een mobiele telefoon ben je overal bereikbaar.
          E       Invaliden hebben soms een aangepaste auto om toch mobiel te zijn.

  1. het reliëf = het uitsteken boven iets anders, het niet vlak zijn
    P       Op straat zie je tegenwoordig veel stoeptegels met reliëf.
    E       Je kunt wereldbollen kopen met reliëf; je ziet en voelt de hoogteverschillen.

7. kampen met = last hebben van
        P       Als het gras bloeit kampen hooikoortspatiënten vaak met hevige niesbuien.
        E       Automobilisten hebben ’s winters vaak te kampen met gladheid op natte             weggedeelten.

8. transporteren = vervoeren
         P       Vanuit de haven van Rotterdam worden veel goederen getransporteerd.
         E       Een verhuiswagen transporteerde al onze meubels.

9. het viaduct = een weg, hoog over een andere weg of een dal
         P       Er is een viaduct over de snelweg naar Amsterdam. Daarover rijden de             gelande vliegtuigen Schiphol binnen.
         E       Bij de volgende afslag begint de file: je kunt de auto’s op het viaduct zien           stilstaan.

10. het werktuig = stuk gereedschap, machine
          P       Zonder werktuigen kun je geen huizen bouwen.
          E       Voor het afgraven van de vervuilde grond werden nieuwe werktuigen                ontworpen.

Meest recente berichten

  1. Infotheek Headlines – Oktober 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Oktober 2016
  2. Infotheek Headlines – September 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – September 2016
  3. Infotheek Headlines – Juli 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juli 2016
  4. Infotheek Headlines – Juni 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juni 2016
  5. Infotheek Headlines – Mei 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Mei 2016
  6. Infotheek Headlines – April 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – April 2016
  7. Infotheek Headlines Maart 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Maart 2016
  8. Infotheek Headlines Februari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Februari 2016
  9. Infotheek Headlines Januari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Januari 2016