Posterwoorden 6

 Posterwoorden 6

  1. de analyse = het goed nadenken over een probleem
    P       Voordat de monteur de radio ging repareren, maakte hij eerst een analyse van de storing.
    E       De minister van verkeer maakte een analyse van het fileprobleem.
  1. communiceren = uitwisselen van gedachten
    P       Het is moeilijk communiceren als je elkaars taal niet spreekt.
    E       Je kan nu ook met anderen communiceren via een draadloze telefoon.
  1. fors = groot, stevig
    P       Die bokser is zeer fors gebouwd.
    E       Regine moest een fors bedrag betalen voor haar balletlessen.
  1. in kaart brengen = een overzicht maken
    P       Het wijkcentrum heeft alle klachten over het verkeerslawaai in kaart gebracht.
    E       De docent heeft alle cijfers van de leerlingen in kaart gebracht.
  1. de ondernemer = iemand die een bedrijf of een winkel heeft
    P       Elsbeth is sinds kort ondernemer, ze heeft een eigen computerbedrijf.
    E       De ondernemer maakte een lijst van alle spullen in zijn winkel.
  1. de respons = de reactie op een vraag of verzoek
    P       Mijn vader kreeg geen respons op zijn vraag wie er wilde afwassen.
    E       Veel mensen hebben aan het onderzoek meegedaan, de respons was hoog.
  1. spaarzaam = zuinig, weinig gebruikend
    P       Ed is spaarzaam met woorden, hij zegt niet veel.
    E       Boeren maken tegenwoordig spaarzaam gebruik van giftige stoffen.
  1. systematisch = volgens een plan (systeem)
    P       Olaf pakte zijn huiswerk systematisch aan en begon met het vak van het eerste lesuur.
    E       De wetenschapper had een systematische aanpak bedacht voor zijn onderzoek.
  1. verlies lijden = iets kwijtraken
    P       De winkel heeft door de brand veel verlies geleden.
    E       Door de overstromingen hebben veel mensen flink verlies geleden.
  1. welgesteld = heel rijk
    P       De man met die dure auto is zeer welgesteld.
    E       Zij komt uit een welgestelde familie en kan daarom veel geld uitgeven.