Posterwoorden 4

 Posterwoorden 4

  1. aftreden = een belangrijke baan opgeven
    P       De minister moest aftreden omdat hij ernstige problemen heeft met zijn gezondheid.
    E       De penningmeester trad af, omdat hij verdacht werd van stelen uit de clubkas.
  1. iets intrekken = een afspraak veranderen omdat je er nu anders over denkt
    P       Na de supportersrellen trok de burgemeester zijn toestemming voor de volgende avondwedstrijd in.
    E       Na een lange discussie heef hij zijn besluit weer ingetrokken.
  1. de kloof = het ver uit elkaar zijn
    P       Er bestaat nog steeds een kloof tussen het westen en de ontwikkelingslanden.
    E       Er zijn politici die proberen de kloof tussen arm en rijk in Nederland te dichten.
  1. het misbruik = het verkeerde, het slechte gebruik van iets
    P       Zij heeft misbruik van mijn vertrouwen gemaakt door het geld dat ik haar gegeven had voor boodschappen, uit te geven op de kermis.
    E       Veel regeringsleiders zijn in het verleden beschuldigd van machtsmisbruik.
  1. de muiterij = de opstand op een schip en van soldaten
    P       Toen de soldaten al maandenlang geen geld ontvangen hadden, ontstond er muiterij.
    E       Op het schip was muiterij ontstaan, omdat er al lange tijd geen eten meer was.
  1. de propaganda = wat je doet om aanhangers te vinden
    P       Aan het begin van het jaar maken scholen propaganda voor hun brugklas.
    E       Politieke partijen maken in verkiezingstijd veel propaganda.
  1. radicaal = grondig en totaal
    P       Hij wil de inrichting van zijn kamer radicaal veranderen.
    E       Dit wasmiddel verwijdert alle vlekken radicaal.
  1. rechtvaardigen = laten zien dat iets goed is gegaan, goedpraten
    P       Er is een grote kans op rellen bij die wedstrijd. Dat rechtvaardigt het enorme aantal agenten.
    E       Zij kon haar afwezigheid rechtvaardigen met haar afsprakenkaart van de tandarts.
  1. de revolutie = een grote verandering, vaak door een opstand
    P       Bij een revolutie komt het volk in opstand tegen de regering van zijn land.
    E       De muziek van de Beatles was een revolutie in de wereld van de popmuziek.
  1. willekeurig = zomaar gekozen
    P       De goochelaar liet iemand uit het publiek een willekeurige kaart trekken.
    E       De journaalverslaggever vroeg willekeurige voorbijgangers naar hun mening.