Posterwoorden 3

Posterwoorden 3

1. blootleggen = openleggen, duidelijk laten zien
P       De oudheidkundigen legden de resten bloot van een Romeins dorp.
E       Tijdens de bouwwerkzaamheden werden de resten van een oud kasteel blootgelegd.

  1. het detail = een klein onderdeel van een geheel
    P       De les ging over een detail van het schilderij van Rembrandt.
    E       Spijkerbroeken zijn allemaal van dezelfde stof, alleen de details verschillen.
  1. de laster = onvriendelijke en niet bewezen dingen over iemand rond vertellen of opschrijven
    P       In het roddelblad stond een artikel vol laster over de bekende filmartiest; zo zou hij aan de drank zijn.
    E       In Amerika wordt in de verkiezingsstrijd voor het presidentschap vaak veel laster verteld over de kandidaten.
  1. de misstand = de situatie die niet goed is, wantoestand
    P       Het ziekenhuis kwam in het nieuws door misstanden op de operatieafdeling.
    E       In het rapport van Amnesty Ineternational staan de misstanden op het gebied van mensenrechten.
  1. het moreel = de instelling, de mentaliteit in moeilijke situaties
    P       Al die verloren wedstrijden zijn niet goed voor het moreel van het elftal.
    E       De wielerploeg probeerde ondanks al die dopingzaken het moreel goed te houden.
  1. ondermijnen = iemands positie verzwakken
    P       Door onaardige roddels te vertellen, ondermijnde zij de positie van haar klasgenoot.
    E       Het verhaal van de stagiaire ondermijnde de positie van de president.
  1. onderscheppen = te pakken krijgen
    P       Het zal je gebeuren, dat je leraar je spiekbriefje onderschept!.
    E       De brief waar nog fouten in stonden, kon gelukkig worden onderschept.
  1. het parlement = (het gebouw van de) volksvertegenwoordiging
    P       De minister legde zijn plannen voor het nieuwe vliegveld in het parlement uit.
    E       In het parlement worden de wetten gemaakt die wij moeten gehoorzamen.
  1. subjectief = uitgaan van je mening, niet van de feiten
    P       De supporters van de club gaven een zeer subjectief verslag van de wedstrijd.
    E       Niet iedereen vindt griezelboeken goed; de mening daarover is altijd subjectief.
  1. de verhouding = de relatie of vriendschapsband tussen mensne
    P       De verhouding met onze buren is slechter geworden sinds zij zoveel kabaal maken.
    E       De verhouding tussen Frankrijk en Duitsland is pas sinds kort heel goed.