Posterwoorden 28

Posterwoorden 28

posterwoord 28

Welk Posterwoord van deze week heeft betrekking op deze afbeelding?
Antwoord: onderaan de pagina

  1. akkoord zijn = het eens zijn
    P       Ali en zijn baas waren snel akkoord over zijn salaris. Hij kreeg 100,- per maand meer.
    E       Als je te laat bent en je wilt de les weer in komen, moet de conciërge een briefje tekenen dat hij daarmee akkoord is.
  1. bovendien = ook nog
    P       Jullie hebben vanmiddag het laatste uur vrij. Bovendien hebben jullie morgen het eerste uur vrij.
    E       Je mag morgen niet naar dat concert. Het is bovendien moeilijk om aan kaarten te komen.
  1. rijk zijn aan iets = er is veel van iets
    P       De bodem in Nederland is rijk aan aardgas. In Drenthe zit bijvoorbeeld veel gas onder de grond.
    E       Zilvervliesrijst is rijk aan allerlei gezonde voedingsstoffen.
  1. a.h.w. (als het ware) = alsof het zo is
    P       Die jongen heeft veel problemen. Hij stikt er a.h.w. in.
    E       Die deur gaat moeilijk open. Je moet de sleutel er a.h.w. in slaan, dan gaat hij pas open.
  1. permanent = blijvend
    P       Het hek om de school is permanent. Het gaat er niet weg.
    E       We hopen dat het voetbalspel permanent in de aula blijft en dat het niet weg hoeft.
  1. tegenstrijdig zijn = niet met elkaar kloppen
    P       De verhalen van de twee verdachten van de moord waren tegenstrijdig. Ze vertelden heel verschillende dingen.
    E       De twee ministers hadden tegenstrijdige meningen over het plan om de werkeloosheid te verminderen. Ze waren het niet met elkaar eens.
  1. waarnemen = zien, opmerken
    P       Met deze nieuwe microscoop kun je dingen waarnemen die eerst bijna niet te zien waren.
    E       Welke geluiden neem je waar als je ‘s morgens wakker wordt.
  1. uitvoeren = doen, maken
    P       De klas moest een moeilijke berekening uitvoeren. Bijna niemand snapte hoe hij de opdracht kon maken.
    E       Iedere klas moet af en toe taken binnen de school uitvoeren, bijvoorbeeld de aulabeurt.
  1. passief = zonder iets te doen
    P       Als je zo passief bent en niks aan je huiswerk doet, haal je zeker een onvoldoende voor die repetitie.
    E       Het zieke dier zat passief in een hoekje. Hij bewoog zich niet en maakte geen geluid.
  1. kritisch = met veel opmerkingen
    P       Marco is heel erg kritisch over het artikel in de schoolkrant. Hij heeft overal wat op aan te merken.
    E       De leraar was kritisch over het werk van de leerlingen. Hij gaf veel onvoldoendes.

Antwoord: Waarnemen

Meest recente berichten

  1. Infotheek Headlines – Oktober 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Oktober 2016
  2. Infotheek Headlines – September 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – September 2016
  3. Infotheek Headlines – Juli 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juli 2016
  4. Infotheek Headlines – Juni 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Juni 2016
  5. Infotheek Headlines – Mei 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – Mei 2016
  6. Infotheek Headlines – April 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines – April 2016
  7. Infotheek Headlines Maart 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Maart 2016
  8. Infotheek Headlines Februari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Februari 2016
  9. Infotheek Headlines Januari 2016 Reacties uitgeschakeld voor Infotheek Headlines Januari 2016